Androgenetische alopecie is de veelvoorkomende vorm van erfelijk patroonhaarverlies. Het komt voor bij mannen én vrouwen, maar het patroon verschilt vaak.
Bij mannen trekken de slapen en haarlijn vaak terug en wordt de kruin dunner. Bij vrouwen wordt vaker de centrale scheiding breder en neemt de dichtheid bovenop het hoofd af.
Waarom ontstaat het?
Erfelijke aanleg en gevoeligheid van haarfollikels voor androgenen spelen een belangrijke rol. De haren worden gedurende opeenvolgende groeicycli steeds fijner.
Diagnose
Bij een klassiek patroon is de diagnose vaak op het klinische beeld te vermoeden. Bij vrouwen, een atypisch patroon of bijkomende klachten kan aanvullend onderzoek nodig zijn.
Online foto's kunnen veel laten zien, maar bij twijfel over littekenvorming, ontsteking of een andere haarziekte kan trichoscopie of fysiek dermatologisch onderzoek nodig zijn.
Behandeling
Behandeling is niet medisch verplicht. Als iemand behandeling wenst, zijn de best onderbouwde medicamenteuze opties afhankelijk van het patiëntprofiel.
minoxidil kan haarverlies bij een deel van de mannen en vrouwen vertragen en haargroei ondersteunen. finasteride kan bij mannen met androgenetische alopecie een optie zijn na bespreking van werking, contra-indicaties en mogelijke bijwerkingen.
Effect ontstaat over maanden, niet weken. Voor behoud van het effect is meestal voortgezet gebruik nodig.
Realistische verwachting
Het doel is meestal niet om de oorspronkelijke haardichtheid volledig terug te krijgen. Vaker gaat het om stabiliseren, verdere miniaturisatie afremmen en waar mogelijk een deel van de dichtheid verbeteren.