Iedereen verliest dagelijks haren. Van medisch relevante haaruitval spreken we wanneer het verlies duidelijk toeneemt, de haardichtheid afneemt of er kale plekken ontstaan.
Diffuus haarverlies
Bij diffuus haarverlies lijkt het haar over een groter deel van de hoofdhuid dunner te worden. Een veelvoorkomend patroon is telogeen effluvium: tijdelijk meer haren gaan tegelijk naar de rustfase, bijvoorbeeld na ziekte, koorts, een operatie, bevalling, fors gewichtsverlies of andere lichamelijke belasting.
Ook ijzertekort, schildklierafwijkingen, medicatie of voedingsproblemen kunnen soms relevant zijn. Daarom is bloedonderzoek niet voor iedereen nodig, maar kan het bij een passend verhaal wel zinvol zijn.
Geleidelijk dunner wordend haar
Langzaam progressieve verdunning op de kruin, haarlijn of centrale scheiding kan passen bij androgenetische alopecie. Daarvoor bestaan behandelmogelijkheden zoals minoxidil en bij geselecteerde mannen finasteride.
Pleksgewijs of ontstoken
Ronde kale plekken, afgebroken haren, pijn, roodheid, schilfering of littekenvorming vragen om een andere differentiaaldiagnose. Sommige vormen van haaruitval horen bij de dermatoloog en zijn niet geschikt voor uitsluitend online behandeling.
Wat kan online?
Een arts kan op basis van voorgeschiedenis, patroon en goede foto's vaak een eerste richting bepalen en adviseren of behandeling, bloedonderzoek, afwachten of fysiek onderzoek logisch is.
Behandeling volgt de oorzaak
“Een middel tegen haaruitval” bestaat niet voor iedere oorzaak. Minoxidil kan passend zijn bij bepaalde vormen van patroonhaarverlies, maar lost bijvoorbeeld een ijzertekort of alopecia areata niet op.